Stand van zaken in Nederland

Geothermie is een relatieve nieuwkomer in Nederland. De eerste diepe geothermieboring vond plaats in 1986 in Asten. Deze boring had een aantal Tertiaire reservoirs als doel. De boring heeft niet tot de aanleg van een doublet geleid. Het enig geschikt bevonden reservoir (Formatie van Breda) is sindsdien niet meer voor geothermische doeleinden aangeboord. Het duurde hierna tot 2006 alvorens de tweede diepe geothermieboring werd uitgevoerd, in Bleiswijk. Deze was wel succesvol, evenals alle hierop volgende boringen. Het Jaarverslag Delfstoffen en Aardwarmte in Nederland 2017 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat gaat uitgebreid in op de aantallen geboorde aardwarmteputten en het geproduceerde vermogen.

Figuur 1 toont de locaties van de huidige doubletten. Per 1 januari 2018 waren 20 doubletten geboord, waarvan er 14 in productie waren (Ministerie van Economische Zaken 2017). Hiervan zijn er elf in afzettingen van Jura/Krijt-ouderdom, vijf van Rotliegend-ouderdom, twee van Dinantien-ouderdom en een van Trias-ouderdom. Het project Heerlen Mijnwater is een uitzondering, hier wordt warm water geproduceerd uit ondergelopen mijngangen in gesteente van Carboon-ouderdom. Verder wordt momenteel een aantal nieuwe doubletten geboord, naar gesteenten van Rotliegend-,  Jura / Krijt- en Tertiair-ouderdom. Een exploratieboring naar gesteenten van Trias-ouderdom bleek tight en is gecompleteerd in Jura / Krijt-aquifer.

Met uitzondering van de Heerlen Mijnwater en Tertiair-project produceren de doubletten water met een temperatuur van ongeveer 65-100 °C, in gesteente dat van nature dusdanig gunstige eigenschappen heeft dat warm water geproduceerd kan worden zonder dat het gesteente gestimuleerd hoeft te worden. Exploratie in andere reservoirs met mogelijk grote(re) potentie (zoals de dieper gelegen delen van de Trias en het Dinantien) vindt nog beperkt plaats.

Stand van Zaken - doubletten
Figuur 1 Huidige doubletten

De warmte van alle actieve doubletten wordt gebruikt voor het verwarmen van kassen. Het enige langdurig inactieve doublet wordt momenteel her-ontwikkeld en is gekoppeld aan een stadsverwarmingsnet in Den Haag. De onderstaande figuur laat zien dat tussen 2010 en 2016 het tempo van ontwikkeling min of meer gelijk is gebleven. Vanaf 2017 treedt enige versnelling op.

Stand van Zaken - cumulatief doubletten
Figuur 2 Cumulatief aantal boringen sinds 2006 (een doublet bestaat in de regel uit twee putten; de drie putten CAL-GT-01, -02 en -03 vormen een triplet). Bron Ministerie van Economische Zaken, 2017, plus toevoeging NLOG 2018.

Het gemiddeld vermogen per doublet is over de periode 2010 - 2016 toegenomen (zie onderstaande figuur), en daarmee nam ook het groeitempo van het geïnstalleerd geothermisch vermogen toe (zie onderstaande figuur). Dit is vooral te danken aan de toegenomen boordiepte en dus een hogere temperatuur, en een groter debiet als gevolg van een grotere diameter van de casing. De geïnstalleerde capaciteit eind 2015 was ongeveer 130 MWth. Deze doubletten produceerden in 2017 3.042 PJ (Ministerie van Economische Zaken 2017. Dit is ongeveer een kwart van een in 2011 geformuleerde beleidsdoelstelling van 11 PJ voor 2020 (Ministerie Economische Zaken, 2011).

vermogen
Figuur 3 Het gemiddelde vermogen per doublet is sinds 2006 toegenomen van 6-8 tot 14-16 MWth. Van de nieuwste doubletten (na 2016) zijn (nog) geen vermogens bekend in het publieke domein. Bron: DAGO, Stichting Platform Geothermie, in EGEC 2017.

 

Stand van Zaken - cumulatief vermogen
Figuur 4 Cumulatief geïnstalleerd vermogen. Van de nieuwste doubletten (vanaf 2016) zijn (nog) geen vermogens bekend in het publieke domein. Bron: DAGO, Stichting Platform Geothermie, in EGEC 2017.