Dinantian

De diepste onderscheidende laag in DGM v4.0 model is de onderkant van het Boven Carboon. Dit komt overeen met de bovenkant van het Onder Carboon. De carbonaatgesteenten van het Onder Carboon staan in Nederland bekend onder verschillende namen: Zeeland Formatie, Kolenkalk en Dinantian, en soms als 'Kulm'. Ze zijn momenteel het doel van geothermische exploratie en productie in Zuid-Nederland, waar ze relatief ondiep voorkomen. In een groot deel van Nederland zijn ze echter zeer diep begraven en daarom mogelijk interessant voor ultradiepe geothermie ('UDG'). De gesteenten zijn van nature zeer impermeabel, maar kunnen karst- of breukpermeabiliteit hebben. Vanwege de diepe ligging, die kartering met behulp van seismiek en/of boringen op veel plaatsen bemoeilijkt, en de permeabiliteitsverdeling die sterk afwijkt van die in de klastische reservoirs, is het Dinantian niet op dezelfde wijze in ThermoGIS v2.0 opgenomen zoals de andere reservoirs.

Een eerste grove onderverdeling van de gesteenten van de Zeeland Formatie in twee groepen kan gemaakt worden met behulp van de veronderstelde waterdiepte ten tijde van de vorming. Gesteenten die relatief ondiep (als 'platform' of 'ramp') zijn gevormd bevatten relatief weinig klei, en hebben een relatief grote kans dat in het geologische verleden karst is opgetreden, wat de permeabiliteit kan vergroten. Deze gesteenten zijn in de Nederlandse ondergrond door een aantal boringen aangetroffen. Gesteenten die dieper zijn gevormd, bevatten waarschijnlijk meer klei. De kans dat karst is opgetreden is kleiner. Daarom wordt dit type gesteente minder aantrekkelijk geacht voor geothermische toepassingen. Dit gesteente is in Nederland echter nog niet aangeboord (met uitzondering mogelijk van de boring Winterswijk-01) – de onzekerheid is daarom groot.

De kaart van de top van het Dinantian in ThermoGIS is gelijk aan de DGM v4.0 kaart. Deze is in het grootste deel van Nederland gemaakt op basis van seismiek. In Zuid-Limburg is echter gebruik gemaakt van boringen. Uit de kaart zijn die gebieden zijn verwijderd waar het vermoeden bestaat dat de kleiige facies aanwezig is (zoals rondom de seismisch gekarteerde platforms in Noord-Nederland), of waar de gesteenten zo diep liggen dat het zeer moeilijk is vast te stellen wat de aard ervan is (zoals in het West-Nederlandbekken). Ook hier geldt dat de onzekerheid met betrekking tot de aanwezige gesteenten zeer groot is.

De dikte van het Dinantian is op seismiek vaak niet goed vast te stellen. Voor de carbonaatplatforms is ervoor gekozen de onderkant te modelleren als een bij benadering horizontaal vlak waarvan de diepte gelijk is aan de diepte van de top op de rand van de platforms. In Zeeland en Noord-Brabant, alsmede Noord-Limburg (waar de Californië-doubletten zich bevinden) is de onderkant van de carbonaten zichtbaar op seismiek. De dikte is hier dan ook gebaseerd op seismische data, waarbij de seismische snelheid op basis van de sonic logs is bepaald op 6.21 km/s.

De permeabiliteit van de gesteenten is bepaald door karst en breukwerking. Deze is daarom moeilijk ruimtelijk te modelleren vanwege de heterogeniteit. Daarom is ervoor gekozen om in ThermoGIS v2.0 geen permeabiliteitskaart op te nemen. Hierdoor is het ook niet mogelijk een geothermische potentie te presenteren. Het is de bedoeling dit in een latere versie van ThermoGIS wel op te nemen.