Economisch model

Het economisch model berekent voor iedere XY-locatie en voor iedere aquifer de kostprijs LCOE (levelized cost of energy, €ct/kWh) aan de hand van een netto-contantewaarde-model (discounted cashflow), gegeven de ondergrondcondities en verschillende economische parameters (Tabel 4). Er wordt vanuit gegaan dat de investering in 15 jaar moet worden terugverdiend - dit is ook de looptijd van de SDE++-subsidie. De CAPEX en OPEX die ThermoGIS gebruikt worden gecalibreerd aan de hand van de costen die worden gepubliceerd door PBL voor de SDE++.

De CAPEX bestaat  uit de boorkosten en andere (installatie)kosten. De boorkosten zijn afhankelijk van de diepte. Ze worden als volgt berekend:

boring CAPEX [€] = 1.96 x 790000 + 555 x diepte + 0.05 x diepte²

Andere kosten die deel uitmaken van de CAPEX zijn:

  • constante kosten (3.5 [M€]
  • variabele kosten (882 [€/kW]

De OPEX bestaat uit een deel dat afhankelijk is van het vermogen en een deel dat afhankelijk is van de hoeveelheid geproduceerde energie (warmte). Los hiervan worden de kosten van de elektriciteit voor het aandrijven van de pomp berekend.

  • jaarlijkse kosten per eenheid vermogen 81 [€/kW]
  • jaarlijkste kosten per eenheid geproduceerde energie [0.062 [€ct/kWh]
  • electriciteit voor operaties (ESP) 0.23 [€/kWh]

Vervolgens wordt de economische potentie bepaald door deze kostprijs (P10, P30, P50) te vergelijken met een referentieprijs (het SDE++ 'basisbedrag'), die varieert per SDE++-klasse (diepte, toepassing), en die jaarlijks wordt vastgesteld. Voor de huidige versie van ThermoGIS worden de vier baseload klassen gebruikt die voor de SDE++ 2026 zijn gedefinieerd:

diepte-klasse 

vermogen
[MWth]

basisbedrag
[€/kWh]
ondiep
(<1500m)

-

0.1075

diep
(1500-4000m)

< 12

0.0799

12 - 20

0.0696

> 20

0.0627

De vergelijking levert de volgende klassen op:

  • unknown: P10 kostprijs > basisbedrag(grijs)
  • indication: P10 kostprijs < basisbedrag (geel)
  • moderate: P30 kostprijs < basisbedrag (lichtgroen)
  • good: P50 kostprijs < basisbedrag (donkergroen)

De hoogte van het SDE++-basisbedrag bepaalt sterk hoe de economische overzichtskaart eruit ziet. Wanneer de kosten van concurrerende energiebronnen hoger worden, wordt geothermie relatief aantrekkelijker. Een gebied dat bij een bepaald economisch scenario onaantrekkelijk is (lage potentie), kan bij veranderende economische omstandigheden wel aantrekkelijk worden.