'Witte vlekken' kaarten

In delen van Nederland is een beperkte hoeveelheid ondergrondgegevens beschikbaar. Deze zijn beschreven in het rapport ‘Kader voor exploratiewerkprogramma geothermie in gebieden met lage datadichtheid’ van EBN en TNO uit 2017. Voor sommige gebieden is de schaarse informatie toch genoeg om van een aquifer te kunnen bepalen of het geothermische potentie heeft of niet. Het Rotliegend in het West-Nederlands bekken is bijvoorbeeld erg dun en bovendien diep begraven. Voor dit aquifer op deze plek kan met relatief grote mate van betrouwbaarheid worden gesteld dat de geothermische potentie gering is. Het Rotliegend in de provincie Utrecht is ook relatief onbekend. Het aquifer is hier echter lokaal dik (>100 m), terwijl de maximale begravingsdiepte onbekend is. De huidige diepte (~2 km) suggereert dat het aquifer hier mogelijk een goede potentie heeft, maar deze is zeer onzeker ('witte vlek').

Voor elk aquifer is er een ‘witte vlekken’ kaart gegenereerd. Deze kaart geeft aan waar er veel tot weinig ondergrondinformatie beschikbaar is. Deze gebieden kunnen interessant zijn voor geothermie ondanks een mogelijk lage voorspelde geothermische potentie. Op basis van beschikbare data zijn er klassen gedefinieerd, hoe lager de waarde van de klasse hoe minder zeker we zijn van de ondergrondparameters:

  • 3D seismiek – klasse 5
  • 2D digitale seismiek > 1980 (betrouwbaar) – klasse 4
  • 2D digitale seismiek <= 1980 (matig betrouwbaar) – klasse 2
  • Putten die aquifer hebben geïnterpreteerd met uitstraling van 4 kilometer – klasse 4

Als er 3D en 2D seismiek aanwezig is op een locatie, geldt de klasse van de 3D seismiek . Vervolgens worden de klassen van de seismiek (klasse 5, 4 of 2) en putten (klasse 4) bij elkaar opgeteld, waardoor de “witte vlekken” kaart ontstaat.